Leven in een kasteel

Het houten en later het stenen kasteel was een plek, waar de mensen woonden, maar waar ze zich ook konden verschuilen, als er problemen waren. Omdat de kastelen vaak waren gebouwd op handige plekken, zoals bij een splitsing van wegen of rivieren, kon een landheer goed zien, wie er aankwamen. Hoe een kasteel eruit zag, kun je het beste op de plaatjes zien.
Niet alleen de mensen in het kasteel waren veilig tussen de muren, maar ook de mensen die dichtbij zo’n kasteel woonden, zoals de boeren, maar ook de mensen, die dichtbij in dorpjes woonden.

Omdat landheren graag hun eigen land verdedigden en niet iets kwijt wilden raken, moesten ze soms ook een gevecht leveren. Een manier om het te winnen was niet het gevecht zelf, maar de mensen in het kasteel laten verhongeren. De vijand zorgde dan ervoor, dat de er niet iemand in of uit het kasteel kon komen en dan raakte vanzelf eten en drinken op. Dat noemen ze een belegering of een beleg. De aanvallers hoefden alleen maar te wachten, tot de landheer zich overgaf.

Natuurlijk kwam het ook regelmatig tot gevechten. Er werd geschoten met pijlen, er werden stenen gegooid met een blijde en de stormram werd gebruikt om de poort in te rammen. Ladders werden gebruikt om over de muur heen te klimmen. Natuurlijk probeerden de mensen binnen het kasteel zich te verdedigen met pijlen, stenen, heet water en hete olie. Ook hete pek werd naar beneden gegooid.

Het buskruit, waar later in de middeleeuwen ook mee geschoten werd, was bedoeld om stenen en soms ook ijzeren kogels af te schieten. Het kanon (waar ik mee schiet) is een haakbus en heeft een haak, die over de muur werd gelegd. Vooral vrouwen schoten met deze kanonnen, mannen deden mee in de gevechten. (zie hierboven)
 
De eerste kastelen

In Europa werden zo’n 1000 jaar geleden de eerste kastelen gebouwd. In die tijd maakten Noormannen de kusten van Europa onveilig: ze plunderden dorpen en boerderijen. De mensen waren bang en probeerde hun land tegen indringers te beschermen. Kastelen in die tijd waren niet meer dan houten gebouwen met een houten muur er omheen. Zo’n muur noemen we een palissade. Vaak lagen die kastelen op een motte. Een motte is een aarden heuvel. Daarom heet zo’n kasteel een
‘motte kasteel’ Enkele meters verderop lag pas het dorp. Bij een vijandelijke aanval was het kasteel de veiligste plek. Het bouwen van een motte kasteel duurde maar een paar weken.
Leven in een kasteel