Kleding
Er is vooral veel bekend van de kleding van de rijkere mensen. Zij lieten schilderijen van zichzelf maken. Door de schilderijen weten we wel veel.
Van de kleding van de armere mensen is bijna niets bekend. De kleding die zij droegen was van eenvoudige stof (linnen en/of wol) en als er iets aan kapot ging, dan werd dat door de vrouwen zelf hersteld. Zo gingen kledingstukken heel lang mee, totdat de stof zo dun was geworden, dan repareren niet meer kon. De oude stof werd dan nog gebruikt voor oude lappen.

Arme mensen droegen klompen. Schoenen droegen vooral de rijkere mensen. Als het slechter weer was, dan hadden ze overschoenen of ze hadden houten trippen. Die zorgden ervoor, dat je echte schoenen niet modderig werden.

Zakken in een broek of jurk bestonden niet. Men hing eenvoudig alles wat men nodig had aan hun riem. Tasjes voor losse dingen, een mes of een beurs (portemonnee). Ken je het woord ‘beurzensnijder’? Dat was het woord voor de middeleeuwse zakkenroller, die men zijn mes de beurzen van de rijke mensen afsneed. Als je minder rijk was, dan had je natuurlijk een touw om je middel geknoopt.

Vrouwen droegen altijd een jurk. De enkels kon je niet zien, want dat was niet netjes. Ook droegen getrouwde vrouwen altijd een hoofddoek. Zo'n hoofddoek zorgde ervoor, dat je haar schoon bleef en dat luizen en vlooien niet zo snel in je haar konden gaan zitten. Want ja, dat jeukte. Als de vrouw een rijkere man had, dan had ze ook een hoger hoofddeksel, bijvoorbeeld een punt of met een band vastgezet.

Onderkleding werd door iedereen gedragen. Mannen droegen linnen onderbroeken en een linnen hemd. Daarover heen dan beenlingen (alleen stof om de benen; in de vroege middeleeuwen) en later werden dat broeken met een flap aan de voorkant. De broek werd met veters vastgemaakt aan het hesje.
Vrouwen droegen onder hun jurk een onderjurk. Deze onderkleding werd ook gebruikt als pyjama.

Als het koud was, dan droegen mensen een mantel. Die kon ook 's nachts gebruikt worden als het koud was. Dan had je een extra laag om het warm te houden.

 
Klompen of schoenen met een punt
Op het plaatje hiernaast zie je vooral rijkere mensen. Dat zie je aan de puntige schoenen. Hoe groter de punt, hoe rijker iemand was. Ook zie je dat aan de lange mouwen. Met lange mouwen werken is onhandig, dus deze mensen hadden anderen om het zware werk voor hen te doen. Ook de hoofddeksels (hoedjes en hoofddoeken) zijn langer, dan die van de arme mensen.