Deze tekst, die werd geschreven door een West-Vlaamse kopiist, komt naar schatting uit et tweede deel van de 11e eeuw. Het papier waarop geschreven, was een soort kladpapiertje.
Hij oefende op daarop met een nieuw gesneden pen. Het heet daarom een probatio pennae = pennenprobeersel.

Bovenaan staat het versje in het Latijn en daaronder in zijn eigen taal. Deze taal noemen de taalkundigen nu Oud-Westnederfrankisch aangeduid, maar zeker weten doen ze het niet.

Waarschijnlijk is het een stukje van een versje dat vrouwen vroeger zongen.

Info
... hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu
Hebban olla uogala nestas...
Terug naar
boeken maken