Gruuthuse is een handschrift, dat betekent dat het een soort boek is van middeleeuwse verhalen, die tezaem n verzameld zijn. De stukken (de handschriften) komen ongeveer uit 1395 - 1408. In de band zitten 147 liederen, 16 gedichten en 7 berijmde gebeden.

Omdat deze teksten zo mooi bewaard zijn gebleven, kunnen we nu daar veel leren van de Middelnederlandse teksten. Het wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het was eerst deel van de bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuse (vandaar de naam.)
Het klaaglied is geschreven aan het einde van de 14de eeuw.

Het gaat over de dood van een vriend, genaamd Egidius. De ik-figuur benijdt Egidius omdat hij in de hemel is opgenomen, terwijl de 'ik' op aarde ongelukkig is en lijdt. Hij of zij vraagt Egidius een plaatsje naast zich vrij te houden in de hemel. Omdat het erg lastig is om de oude taal te kunnen lezen en bergijpen, staat hieronder de vertaling van het lie dvan Egidius:
Gruuthuse
Hiernaast zie je de opening van een van de Gruuthuse-gedichten.

Bekijk de tekeing maar eens ernaast. Die is erg mooi, maar als je nog beter kijt, zie je dat die tekening op perkament erin geplakt is.

Een van de liederen in het handschrift is het beroemde lied:

'Egidius waer bestu bleven'

Hoe dat eruit zag, zie je hieronder: je ziet een witte bladzijde met daarop de geschreven tekst. Er staan noten bij, die als vierkantjes getekend zijn.
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar jou, mijn vriend
Jij smaakte de dood, je liet mij het leven.
Dat was gezelschap goed en fijn

Het leek dat wij tegelijk zouden sterven
Nu ben je opgenomen in de hemel
Stralender dan de zonneschijn
Alle vreugde is aan jou gegeven

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar jou, mijn vriend
Jij smaakte de dood, je liet mij het leven
Nu bid voor mij, ik moet nog ongelukkig zijn

En in de wereld pijn lijden
Bewaar mijn plaats naast jou
Ik moet nog een liedje zingen
Toch moet ook ik eens sterven

Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar jou, mijn vriend
Jij smaakte de dood, je liet mij het leven
Dat was gezelschap goed en fijn
Het leek dat wij tegelijk zouden sterven
Bron