De late Middeleeuwen
Een langdurige oorlog vond plaats in deze periode. De Honderdjarige oorlog: een langdurige ruzie met wapenstilstanden tussen de koningen van Engeland en Frankrijk. Het duurde van ongeveer 1337 tot en met 1453. Tijdens deze periode vielen er vele doden.
De late middeleeuwen

In de late middeleeuwen  veranderden de positie van de kerk, de adel en de grotere steden.
We hebben het nu over de periode van de 13e tot en met de 15e eeuw.
In deze tijd werd allerlei kennis uit andere landen gebruikt om nieuwe dingen uit te vinden.
De grotere steden wilden meer macht en kregen dat ook steeds  meer. Het feodale systeem
van de vroege middeleeuwen werd steeds minder belangrijk, de leenheren raakten hun
macht kwijt aan de kerk en aan de gilden.

De gilden waren groepen mensen, die samen een organisatie hadden, omdat ze samen hetzelfde beroep hadden. zo had je het metselaarsgilde, het bakkersgilde of bijvoorbeeld het kleermakersgilde. Er waren er nog veel meer.
In de gilden maakten de mensen afspraken over prijzen, over opleidingen en ook werden nieuwe mensen opgeleid binnen het gilde. Je was eerst leerling, dan gezel en pas meester, als je een examen had behaald.

In deze tijd werden de kastelen veel hoekiger en vierkanter. Men kwam erachter dat je dan veel beter de omgeving in de gaten kon houden. Totdat kanonnen en buskruit gebruikt gingen worden, bleven dit redelijk veilige gebouwen.
Naast de oorlogen was er in deze tijd ook veel ziektes. Mensen woonden dicht op elkaar in steden en daardoor werden besmettelijke ziektes ook snel verspreid.
Een voorbeeld is de Zwarte Dood. Eén grote ellende was dit, want tussen 1347 en 1351 stierven heel veel mensen aan de ziekte van de builenpest oftewel de Zwarte Dood. Hele streken, dorpen en steden verloren veel mensen. Er wordt geschat dat een derde van alle mensen, rijk of arm,  stierf. Waarschijnlijk tussen de 75 en 100 miljoen mensen zijn dat geweest.

Het einde van de Honderdjarige oorlog valt samen met de val van Constantinopel en de val van het Byzantijnse Rijk, dus dat wordt vaak wel gezien als het einde van de middeleeuwen, maar anderen denken hierbij aan de ontdekking van Amerika in 1492 of aan de breuk die er in de kerk kwam door Maarten Luther in 1517.
In de middeleeuwen leefden de mensen eenvoudig door steeds bezig te zijn, dat ze dood zouden gaan. een Latijnse spreuk hoort hierbij: "Memento mori". Dat betekent "gedenk te sterven" oftewel: denk aan de dag dat je dood zult gaan.

In de periode hierna, de Renaissance, werden mensen zich steeds meer bewust van hun eigen leven. Het Latijnse spreekwoord, die mensen hierbij zeggen, is "Carpe diem". Dat betekent "Pluk de dag" en houdt in, dat het veel beter is om van elke dag een feestje te maken en bezg te zijn met de dag van vandaag. De zin komt uit een boek van de Romeinse dichter Horatius.

Wat kies jij? Memento Mori of Carpe diem...