Boeken in de Middeleeuwen
In de middeleeuwen waren monniken bijna de enige mensen die konden lezen en schrijven. Ze woonden en werkten in kloosters en hoorden bij de katholieke kerk.

Boeken werden nog niet gedrukt zoals nu, maar werden door monniken met de hand geschreven. Ze kopieerden de boeken steeds maar weer. Eerst werd daarvoor perkament gemaakt, zoals je op het plaatje hiernaast kunt zien.

Een monnik was soms wel jaren bezig met het (over)schrijven van een boek. De bijbel werd het meest overgeschreven, maar ook boeken uit de Oudheid (van de Romeinen). Dat deden de monniken met veel geduld, in de kantlijn maakten ze vaak mooi versierde tekeningetjes. Ze gebruikten daarvoor ganzenpennen of rietstaafjes, die ze in de inkt doopten.
Als zo’n boek af was, dan was het veel geld waard. Vaak legden ze zo’n boek dan in een aparte kamer, die op slot kon of de boeken werden zelfs aan een ketting vastgemaakt tegen diefstal. Een boek noemden ze vroeger ook wel een manuscript of een handschrift.

De taal die de monniken gebruikten was Latijn, de taal van de Romeinen. Er waren wel kinderen die leerden lezen en schrijven, maar dan waren je ouders wel rijk. De kinderen gingen dan naar de kerk, want daar was de school.
Als mensen iets aan elkaar wilden vertellen, werd dat altijd doorverteld. Van mond tot mond noemt met dat ook wel. Omdat er toch steeds meer mensen wilden (kunnen) lezen, kwam men op een dag op het idee om blokboeken te maken.

Dan maakte een houtsnijder in een plat stuk hout een plaatje met wat tekst en dan werd dat met inkt ingesmeerd en op een blad gedrukt. Natuurlijk kostte dat houtsnijden veel tijd en als je klaar was met het drukken, kon dat blok worden weggegooid. Deze techniek werd in de 8e eeuw ook al gebruikt door de Chinezen en misschien waren de Chinezen ook wel het eerste met de uitvinding van de boekdrukkunst. Zij maakten namelijk al in de elfde eeuw gebruik van losse letters, alleen waren die van aardewerk. Voor de Chinezen waren de losse letters veel minder handig, omdat ze zoveel verschillende tekens in hun taal gebruiken.

In ons land werden ook blokboeken gemaakt, hieronder een voorbeeld uit ongeveer 1470.
Het overschrijven van een boek was monnikenwerk.
Dat zeggen we nu ook nog wel eens als iets lang duurt en je het zwaar werk vindt.
Perkament werd gebruikt voor het overschrijven van  de verschillende boeken.
Hiernaast zie je
de tekst
"Hebban olla vogala
Doorgaan
naar Leren lezen in de middeleeuwen