Boekdrukkunst
 
Iemand bedacht rond 1450 dat je met losse letters ook woorden kon maken en plakte die letters achter elkaar en bedacht daardoor een plaat vol met woorden. Die losse letters werden met lood gemaakt en konden dus steeds weer gebruikt worden. De letters werden in bakken  op volgorde gezet en met inkt werd dan een afdruk gemaakt met een drukpers.
Boekdrukkunst
Misschien was dat wel de Duitser Johannes Gutenberg, die in de stad Mainz een drukkerij begon. Hij werd vooral bekend door Gutenbergbijbel, die hij in 1452 begon te drukken. Daardoor werd een bijbel veel goedkoper, alleen de plaatjes en initialen ( de eerste versierde letter) moesten nog door iemand worden gemaakt. Er werden ongeveer 200 van deze Bijbels gedrukt, er bestaan er nu nog zo’n 48 van op de wereld.
Toch was deze bijbel ook in het Latijn en daardoor nog niet bedoeld voor alle gewone mensen. Een eenvoudige man of vrouw kon nog steeds geen boek betalen of lezen. In Nederland werd er pas in 1477 een bijbel gedrukt: De Delftse Bijbel waarin alleen het Oude Testament stond.
Misschien was de uitvinder van de boekdrukkunst wel de Nederlander Laurens Janszoon Koster, die in Haarlem woonde. Ook hij experimenteerde met losse letters. Er is een verhaal, dat zijn ideeën zijn meegenomen door een leerling. Hoe het precies is gegaan, weet niemand meer. Het zou zelfs zo kunnen zijn, dat er verschillende mensen op verschillende plaatse hetzelfde idee kregen.

Veel mensen vinden de boekdrukkunst een van de belangrijkste uitvindingen, want daardoor kreeg iedereen de mogelijkheid om op een goedkope manier geschriften en boeken te lezen.

De eerste drukwerken, die voor 1500 werden gemaakt, noemt men nu ‘incunabelen’.
Drukwerk dat later werd gemaakt tot ongeveer 1520 en worden postincunabelen genoemd.

Hieronder de eerste bladzijde
van de Gutenbergbijbel,
het eerste exemplaar verscheen in 1455.
Schoolplaat Boekdrukken
Filmpje over boekdrukkunst
Doorgaan
naar Heldenverhaal en Haneboek